Wat is de achterhand van een paard?
De achterhand is alles achter het zadel: kruis, bekken, heupen, dijen, de knie (die zit hoog, vlak onder de flank) en daaronder de sprong. Het is de motor van het paard: hier ontstaat de stuwkracht waarmee het zichzelf en de ruiter naar voren brengt. Een paard dat zijn achterhand goed gebruikt, stapt met de achterbenen ver onder het lichaam en draagt daar gewicht. Een paard dat dat niet kan, loopt op de voorhand.
Stijf zegt iets over hoe die achterhand beweegt: kortere passen, gewrichten die minder buigen, een rug die niet meedoet. Het is geen diagnose maar een signaal. De oorzaak kan in de spieren zitten, in een gewricht, in de rug of in de hoeven, en dat verschil bepaalt wat er moet gebeuren.
Hoe ontstaat een stijve achterhand?
Meestal spelen er meerdere dingen tegelijk. De oorzaken die de dierenarts het vaakst vindt:
- Spierpijn en overbelasting. Na zware training of een lange trailerrit zijn de grote spieren van kruis en dij (de broekspieren, bij mensen de hamstrings) gevoelig en kort.
- Kou en stilstaan. Een paard dat de hele nacht op stal staat, loopt de eerste minuten stijf. Loopt het binnen een kwartier los, dan is dat op zichzelf geen alarm.
- Slijtage in de gewrichten. Artrose in de sprong (spat), de knie of de heup (artrose) maakt de pas korter en de afzet zwakker, vooral bij oudere en zwaar gebruikte paarden. Een peesblessure in een achterbeen geeft eerder kreupelheid, maar het paard ontziet het been en wordt stijf in de hele achterhand.
- De rug en het bekken. Problemen aan de wervels, het SI-gewricht of kissing spines geven een vastgehouden rug, en een vaste rug blokkeert de achterhand. Een bult op het kruis (hunter's bump) is een reden om het SI-gewricht te laten bekijken.
- Spieraandoeningen. Bij spierbevangenheid (tying-up) en PSSM worden de spieren van de achterhand tijdens of na inspanning hard en pijnlijk.
- Een knieschijf die blijft haken. Het achterbeen blijft dan even strak naar achteren gestrekt staan of het paard sleept bij elke pas de teen. Vooral bij jonge paarden en bij een steil achterbeen.
- Hoeven, zadel en ruiter. Onregelmatig bekapte achterhoeven, een zadel dat drukt en een ruiter die scheef zit veranderen hoe het paard beweegt; de achterhand compenseert tot hij vastloopt.
- Bouw en training. Te weinig spierkracht achter is geen stijve maar een zwakke achterhand: het paard kan het dragen nog niet opbrengen. De twee gaan wel vaak samen.