Wat is een peesblessure bij een paard?
Een pees verbindt een spier met een bot. In het onderbeen van het paard lopen de pezen vrijwel bloot onder de huid, achter de pijp, zonder spier eromheen. Een peesblessure is een beschadiging van die peesvezels: van een lichte overrekking met wat vocht tot een scheur in de kern van de pees. Een dierenarts noemt het ook peesontsteking of tendinitis.
Pezen hebben een matige doorbloeding. Daardoor duurt herstel lang en groeit er littekenweefsel dat minder elastisch is dan de oorspronkelijke pees. Dat is de reden dat een peesblessure maanden kost en vaak terugkomt als de opbouw te snel gaat.
Welke pees is het? Voorbeen, achterbeen en de pezen die je moet kennen
Achter de pijp liggen van buiten naar binnen de oppervlakkige buigpees, de diepe buigpees en de tussenpees. Welke geraakt is, bepaalt het herstel en de prognose.
Oppervlakkige buigpees
De meest geblesseerde pees, vooral in het voorbeen van sportpaarden. De zwelling zit midden achter de pijp en geeft het bekende bolle "bananenbeen". De pees ligt direct onder de huid, dus warmte en verdikking voel je goed.
Diepe buigpees en checkligament
De diepe buigpees ligt dieper en loopt door tot onder in de hoef. Blessures zitten vaak laag, in de kogel of de hoef, en zijn van buiten moeilijk te zien. Het checkligament is een korte band die de diepe buigpees vlak onder de knie ondersteunt; een blessure daaraan geeft een dikte hoog achter de pijp, net onder de knie.
Tussenpees (interosseus)
De tussenpees loopt tegen het pijpbeen aan en draagt de kogel. Blessures hoog aan de tussenpees komen juist in het achterbeen voor, vaak bij dressuurpaarden, en geven weinig zichtbare zwelling. Het paard loopt vaag onregelmatig of wordt "stug in de achterhand"; lees ook ons artikel over een stijve achterhand bij paarden. Een blessure laag aan de tussenpees geeft een dikke kogel.
Hoe ontstaat een peesblessure?
Een pees scheurt zelden door één gekke sprong alleen. Meestal zijn de vezels al overbelast en is die ene stap de druppel. Risicofactoren:
- vermoeidheid: de meeste peesblessures ontstaan aan het einde van de training of wedstrijd, als de spieren niet meer stabiliseren;
- te snel opbouwen na een rustperiode of bij een jong paard;
- diepe, zware of ongelijke bodem, kuilen en diep zand;
- hoefvorm met lange teen en lage hiel, die de buigpezen extra op spanning zet;
- overgewicht van paard of ruiter;
- een klap tegen de pees, bijvoorbeeld aanslaan met een ander been;
- een eerdere peesblessure: littekenweefsel scheurt sneller dan gezonde pees.