Wat is artrose bij paarden?
Artrose is slijtage van het gewrichtskraakbeen. In een gezond gewricht glijden de botuiteinden over een gladde laag kraakbeen, met gewrichtsvloeistof als smering. Bij artrose wordt dat kraakbeen dunner en ruwer, de smering verandert en het bot eronder reageert met extra botaanmaak langs de gewrichtsrand. Het gewricht wordt stijver en bewegen doet pijn, vooral bij het op gang komen.
Artrose is chronisch en gaat niet over. Kraakbeen herstelt zich nauwelijks. Wat wél kan, is het proces afremmen en de pijn beheersbaar houden, zodat een paard er vaak nog jaren goed mee leeft. Het komt het meest voor bij oudere paarden, maar ook jonge sportpaarden krijgen het, meestal na een blessure of door zware belasting.
In welke gewrichten zit artrose bij paarden?
In principe in elk gewricht, maar een paar plekken springen eruit:
- Kogel en kroongewricht: de gewrichten in de koot, zwaar belast bij elke landing.
- Hoefgewricht: laag in de voet, vaak samen met problemen aan het hoefkatrol.
- Spronggewricht: artrose in de onderste spronggewrichten heet spat.
- Knie: het kniegewricht in de achterhand en de voorknie.
- Hals en rug: artrose tussen de halswervels of in de kleine gewrichten van de rug geeft eerder stijfheid, verzet en moeite met stellen dan kreupelheid. Lees meer over rugproblemen bij paarden.
Artrose zit vaak in meer dan één gewricht tegelijk, en links en rechts hoeven niet gelijk te zijn.
Artrose of artritis: wat is het verschil?
De woorden lijken op elkaar en de klachten ook, maar het zijn verschillende dingen. Artritis is een gewrichtsontsteking: het gewricht is dik, warm en pijnlijk, soms heeft het paard koorts, en het ontstaat vaak snel, bijvoorbeeld na een wond bij het gewricht of door een infectie. Artrose is slijtage die zich langzaam opbouwt.
De twee hangen wel samen. Een gewrichtsontsteking die niet goed geneest, beschadigt het kraakbeen en kan later artrose geven. Een plotseling dik en warm gewricht is daarom altijd een reden om direct de dierenarts te bellen, ook als je paard nog niet erg kreupel is.
Hoe ontstaat artrose bij paarden?
Kraakbeen slijt als de belasting groter is dan het herstelvermogen. Dat gebeurt door een combinatie van factoren, zelden door één oorzaak:
- Leeftijd: jarenlang gebruik laat sporen na, net als bij mensen.
- Overbelasting: veel werk op harde of diepe bodem, veel wendingen op de volte, springen, of te vroeg en te zwaar beginnen met een jong paard.
- Blessures: een gewrichtsontsteking, een verstuiking, een breukje of een wond bij het gewricht.
- Stand en beenbouw: scheve of afwijkende benen belasten een gewricht ongelijk. Dat geldt ook voor hoeven die te lang blijven staan of scheef zijn bekapt.
- Ontwikkelingsstoornissen bij jonge paarden, zoals OCD, waarbij het kraakbeen al vroeg beschadigd raakt.
- Overgewicht: elke extra kilo komt op dezelfde gewrichten terecht.
Eenmaal begonnen, versterkt artrose zichzelf. Een pijnlijk gewricht beweegt minder, de gewrichtsvloeistof wordt dunner en voedt het kraakbeen slechter, waardoor het verder slijt. Daarom is beweging zo belangrijk, ook als het gewricht al is aangetast.