Wat zijn nierstenen bij honden?
Nierstenen zijn harde klontjes van kristallen die ontstaan uit mineralen in de urine. Bij honden zitten die stenen meestal niet in de nieren zelf, maar in de blaas. De dierenarts noemt ze daarom blaasstenen of urinewegstenen. Daarom heeft je dierenarts het meestal over de blaas.
De nieren liggen hoog in de buik, aan weerszijden van de rug net achter de ribben. Ze filteren afvalstoffen uit het bloed en maken daar urine van. Die urine gaat via twee dunne urineleiders naar de blaas en verlaat het lichaam via de plasbuis. Een steen kan op elk punt in dat systeem vastlopen; die plek bepaalt hoeveel last je hond heeft.
Stenen in de blaas schuren langs de blaaswand en geven klachten die op blaasontsteking lijken. Een steen die in de plasbuis blijft steken, blokkeert de afvoer van urine. Dat gebeurt vooral bij reuen, omdat hun plasbuis langer en smaller is. Stenen die echt in de nieren zitten, geven vaak lang geen klachten en worden regelmatig toevallig gevonden op een röntgenfoto of echo.
Welke soorten stenen zijn er?
Het soort steen bepaalt hoe de dierenarts behandelt. Vier soorten komen bij honden het meest voor.
Struviet
De meest voorkomende steen, vooral bij teven. Struviet ontstaat bijna altijd samen met een bacteriële blaasontsteking: de bacteriën maken de urine basisch en daarin slaat struviet neer. Deze stenen kunnen vaak oplossen met een speciaal dieet en behandeling van de infectie.
Calciumoxalaat
Komt vaker voor bij reuen van middelbare leeftijd en bij kleine rassen zoals de dwergschnauzer, yorkshireterriër, shih tzu, lhasa apso en bichon frisé. Deze stenen lossen niet op en worden operatief verwijderd. Ze komen na verwijdering vaak terug.
Uraat
Typisch voor de dalmatiër en de Engelse bulldog, door een erfelijke afwijking in de verwerking van urinezuur. Ook honden met een leverprobleem, zoals een levershunt, kunnen uraatstenen vormen.
Cystine
Zeldzamer en bijna alleen bij reuen. Cystinurie is een erfelijke aandoening waarbij het aminozuur cystine in de urine terechtkomt. Rassen als de teckel, de newfoundlander en de Engelse bulldog zijn er gevoeliger voor.
Welke steen het is, weet je pas zeker na analyse van een verwijderde steen of van gruis uit de urine. De dierenarts kan het vaak al inschatten op basis van de zuurgraad van de urine, het ras en de röntgenfoto.
Hoe ontstaan nierstenen bij honden?
Stenen vormen zich als de urine te veel van een bepaald mineraal bevat en te weinig water om dat opgelost te houden. Kristallen plakken aan elkaar en groeien in weken tot maanden uit tot een steen. Risicofactoren:
- Te weinig drinken, waardoor de urine geconcentreerd is.
- Weinig plasmomenten: urine die lang in de blaas staat, geeft kristallen de tijd om te groeien.
- Een bacteriële blaasontsteking, de belangrijkste oorzaak van struvietstenen.
- Ras en erfelijkheid: dalmatiërs, bulldogs, dwergschnauzers, yorkshireterriërs en shih tzu's zijn gevoeliger.
- Voeding met veel mineralen, of voeding die de zuurgraad van de urine ongunstig maakt.
- Leeftijd en geslacht: calciumoxalaat vooral bij reuen van middelbare leeftijd, struviet vaker bij teven.
- Een leverprobleem, bij uraatstenen.
- Overgewicht en weinig beweging.