Wat is L-lysine?
L-lysine is een aminozuur, een bouwsteen van eiwitten. Het is een essentieel aminozuur: het lichaam van een hond of kat kan het niet zelf aanmaken en moet het dus uit de voeding halen. Lysine zit van nature in vlees, vis, eieren en zuivel, en volledige diervoeding bevat er een vastgestelde hoeveelheid van. In de diervoederwetgeving is lysine een erkend nutritioneel toevoegingsmiddel.
In het lichaam is lysine nodig voor de opbouw van spier- en bindweefseleiwitten zoals collageen, voor de aanmaak van carnitine (dat een rol speelt in de energiehuishouding) en voor de opname van calcium. Het is daarmee een stof die het hele lichaam dagelijks gebruikt, niet een middel met één specifieke werking.
Katten hebben van alle huisdieren de hoogste eiwitbehoefte. Ze zijn strikte vleeseters en gebruiken aminozuren ook als energiebron. Daardoor is hun dagelijkse behoefte aan lysine naar verhouding groter dan die van honden. Dat is een van de redenen dat L-lysine als supplement vooral bij katten bekend is geworden.
Wat doet L-lysine bij katten en honden?
Een supplement met L-lysine vult de dagelijkse hoeveelheid van dit aminozuur aan. Het ondersteunt het immuunsysteem en de natuurlijke afweer, en het levert bouwstof voor herstel van weefsel. Daarom kiezen eigenaren er vaak voor in periodes waarin het lichaam van hun dier meer te verwerken heeft dan normaal.
Bij katten is dat beeld het meest herkenbaar. Veel katteneigenaren geven L-lysine wanneer hun kat regelmatig extra ondersteuning kan gebruiken bij gevoelige of rode oogjes, neusuitvloeiing of de luchtwegen, of in periodes van stress zoals een verhuizing, een pensionverblijf of de komst van een tweede kat. Bij honden wordt L-lysine vooral gegeven als dagelijkse aanvulling voor de weerstand en in herstelperiodes.
Wat L-lysine niet is: een medicijn. Het is een voedingsaanvulling. Heeft je dier klachten, dan stelt de dierenarts de oorzaak vast en bepaalt die de behandeling.
Wanneer geef je L-lysine aan je hond of kat?
Je hoeft niet te wachten tot er iets aan de hand is. L-lysine is geschikt voor dagelijks gebruik, maar de meeste eigenaren geven het rond een concrete aanleiding:
- Een herstelperiode, bijvoorbeeld na een operatie of een periode van slecht eten.
- Stress en verandering: verhuizing, pension, nieuwe huisgenoot, veel bezoek.
- Katten die veel contact hebben met andere katten, binnen of buiten.
- Seizoenswisselingen, vooral de overgang naar de herfst en winter.
- Oudere dieren die minder eten en daardoor minder aminozuren binnenkrijgen.
- Katten met een gevoelige neus of gevoelige ogen die telkens even terugkomen.
Twijfel je of het past bij jouw dier, bijvoorbeeld bij een chronische aandoening of medicijngebruik, overleg dan eerst met de dierenarts.
Hoeveel L-lysine geef je per dag?
De dosering hangt af van het gewicht van je dier en van het product, want de hoeveelheid lysine per capsule, tablet of maatschep verschilt per merk. Lees daarom altijd het etiket. Als richtlijn voor capsules met 500 mg L-lysine:
- Katten en honden tot 25 kg: 1 capsule per dag.
- Honden vanaf 25 kg: 2 capsules per dag.
Je kunt de capsule in zijn geheel geven, bijvoorbeeld verstopt in een snack of een stukje nat voer. Lukt dat niet, maak de capsule dan open en meng het poeder door een kleine portie voer die je dier zeker opeet. Zo weet je dat de hele dosis binnen is. Geef L-lysine altijd naast de normale, volledige voeding en nooit als vervanging ervan.
Sensipharm L-Lysine voor kat en hond bevat 500 mg L-lysine per capsule, zonder smaak- of kleurstoffen, en is verkrijgbaar via onze webshop, dierenartsen en dierenspeciaalzaken.
Hoe lang geef je L-lysine?
Dat hangt af van de aanleiding. Rond een tijdelijke situatie, zoals een verhuizing of een herstelperiode, geef je het meestal drie tot zes weken: begin een week van tevoren als dat kan en bouw af als de situatie voorbij is.
Geef je het voor de dagelijkse ondersteuning van de weerstand, dan kan L-lysine langdurig gegeven worden. Het is een aminozuur dat het lichaam elke dag gebruikt, niet iets dat zich opstapelt. Veel eigenaren houden de eerste weken de volledige dosering aan en gaan daarna terug naar een lagere onderhoudsdosering, vaak de helft. Kijk na vier tot zes weken hoe je dier erbij staat en beslis dan of je doorgaat.
Merk je dat je dier het poeder of de capsule slecht verdraagt, bijvoorbeeld door dunne ontlasting of overgeven, stop dan en overleg met de dierenarts.
Is je kat of hond ziek, eet hij niet of heeft hij koorts, rode ogen of een loopneus? Bel dan de dierenarts; die stelt vast wat er aan de hand is.